“De inspiratie voor het schrijven begon in een periode van pech. Een aantal jaren geleden werkte ik met groeiende tegenzin in de horeca. Ik wilde er graag mee stoppen, maar om de een of andere reden lukte het me niet om de beslissing te nemen. Het was een rottijd. Alles zat me tegen. Het vreemde was dat ik alles wat me overkwam van tevoren al een keer had gedacht. De tegenslagen kwamen daarna dus niet echt als een verrassing. Na een poosje begon het me wel op te vallen: waarom kwam de werkelijkheid zo overeen met mijn denken? Ben ik zo goed in het voorspellen van de toekomst, of hebben mijn gedachten er iets mee te maken? Ik wist het niet, maar weigerde genoegen te nemen met de verklaring ‘toeval’. Ik begon te zoeken. En nu na een aantal jaren kan ik zeggen dat het aardig is gelukt.”

k

“De natuur zit heel logisch in elkaar. Waarom? Sommige mensen zeggen: de werkelijkheid die we dagelijks ondergaan lijkt alleen maar logisch, omdat onze hersenen nu eenmaal zo werken. Wij mensen geven aan alles een betekenis. We zien de dingen niet zoals ze zijn, maar zoals wij zijn. Onze werke-lijkheid bestaat uit onze informatie. Informatie over waar alles is en hoe het eruit hoort te zien. Maar als de werkelijkheid die we zien logisch is, dan hangt die logica dus af van onszelf. Wij ordenen de informatie die we ontvangen.

Zonder ons ‘zien’ zou de werkelijkheid een onsamenhangende brei van mogelijkheden zijn. Wij zijn als het ware een kleine lamp die een minuscuul deel van die werkelijkheid belicht en de wereld zo verdeeld in 'ons deel' en een 'absurd deel' erbuiten, waarover we niets kunnen weten. En als je dieper in de werkelijkheid duikt, blijkt dat ook zo te zijn. Waar onze waarneming ophoudt, begint de natuur zich heel vreemd te gedragen. Alles bestaat ineens uit mogelijkheden of waarschijnlijkheden. Twee objecten kunnen ineens als één zijn omdat we ze niet van elkaar kunnen onderscheiden, of één ding bevindt zich plots op allerlei plaatsen, omdat we niet weten waar het is. Maar als je weet waar het is, bevindt het zich alleen nog maar daar. Ons weten beperkt de de werkelijkheid in haar mogelijkheden.

Dingen duiken nooit op waar het niet waarschijn-lijk is. Ze kunnen wel ergens opduiken waar het zeer onwaarschijnlijk is, maar niet waar het onmogelijk is. Het lijkt wel of de werkelijkheid zich richt naar onze overtuiging. Daarom zijn bijvoor-beeld experimenten met kwantumdeeltjes ook zo interessant. Het is de plek waar de waarneming ophoudt en de materiële werkelijkheid verdwijnt. Je zou het de bron van de fysieke werkelijkheid kunnen noemen.


k

Maar niet alleen in de kwantumwereld richt de werkelijkheid zich naar onze overtuigingen. Eigenlijk gaat dit gedrag op voor alle aspecten van de werkelijkheid waarvan de eigenschappen nog niet bekend zijn. Onderzoeken van universiteiten lieten zien dat computers die willekeurige cijfers moesten produceren, niet zo willekeurig waren als er mensen aanwezig waren. De cijfertjes begonnen zich te richten naar de verwachtingen van de proefpersonen.

Ziekenhuizen maken gebruik van onze overtuigingen met ‘hypnose-narcose’ en ook medicijnen zijn vaak niet meer dan een middel om overtuiging in de geest van de patiënt te smokkelen. Het lichaam past zich uitstekend aan aan onze gedachten. De mens heeft blijkbaar invloed op de informatie waaruit de werkelijkheid is opgebouwd.”

Maar daar wringt natuurlijk de schoen. Als onze gedachten invloed hebben op de fysieke werkelijk-heid, dan klopt ons hele materiële wereldbeeld niet meer. Het zet de wetten van oorzaak en gevolg op zijn kop. Als je dieper in de structuur van de werkelijkheid gaat spitten blijkt echter dat fysieke oorzaken eigenlijk helemaal niet nodig zijn om iets te laten ontstaan. Net als op een computer, hoef je alleen maar wat nieuwe informatie op de harde schijf te zetten en je hebt een ander beeld. Zo werkt het ook in onze geest. Zodra je ergens fundamenteel anders over gaat denken past de werkelijkheid zich probleemloos aan.”








De hele natuur lijkt een gevolg van ons ‘zien’. De werkelijkheid die we waarnemen is een gevolg van de informatie die we met z’n allen produceren. Het is als een beeld op een monitor die verbonden is met een camera, maar waarbij de camera ook weer op de monitor is gericht. Zo dansen in de werkelijk-heid oorzaak en gevolg om elkaar heen. Er is maar een ding dat deze vicieuze cirkel kan doorbreken: onze overtuiging. Ons onderbewustzijn gaat op zoek naar manieren om onze binnen- en buiten-wereld met elkaar in evenwicht te brengen.

Wij zijn de wereld als iets heel materieels gaan zien. Wij zijn onszelf als iets heel materieels gaan zien. Een biologisch lapje scharrelvlees, aangestuurd door hormonen en neuronen en geprogrammeerd door genetische patronen. Maar de werkelijkheid waarin we leven is niet zo fysiek als we denken. Ze bestaat uit informatie. Ons denken, meten en zien is de bron van die informatie. Maar ook onze onbewuste verwachtingen en angsten. We komen mensen tegen waar we net aan denken. We komen de problemen tegen waar we bang voor zijn of krijgen de ziektes waar we bang voor zijn. De macht van ons onderbewustzijn reikt ver. Erg ver.

k

Maar om geen verkeerd beeld te geven, Het experimentator-effect is geen ‘hoe leer ik positief denken-’ of ‘hoe verbeter ik mijn leven-boek’. Het boek analyseert de werkelijkheid. Het verklaart hoe het kan dat dingen zomaar in onze werkelijkheid opduiken en legt uit waarom we daar vrijwel nooit wat van merken.







Het experimentator-effect (303 pagina’s) is te koop via de (web)boekhandels voor 22,90 euro. ISBN: 9789081878500. Het kan ook - zonder verzendkosten - worden besteld bij de auteur zelf. Kijk voor meer informatie op www.experimentator-effect.nl

Als je ‘s morgens je ogen opendoet, stroomt hij naar binnen.... De werkelijkheid, we ruiken, voelen, horen, zien en proeven ‘m. Maar bestaat hij eigenlijk wel? In ‘Het experimentator-effect’ gaat de auteur Peter Vrijdag op zoek naar de kleine barstjes in onze realiteit. Wat is écht en wat beelden we ons in?